ECLI:NL:RVS:2023:2690
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing dwangsom wegens onredelijk late ingebrekestelling op AVG-verzoek
Appellant diende op 16 september 2018 een verzoek in bij het college van burgemeester en wethouders van Schiedam om zijn persoonsgegevens te wissen op grond van artikel 17 AVG Pro, tevens verzocht hij om schadevergoeding wegens onrechtmatige verwerking. Het college vroeg nadere informatie, waarop appellant reageerde dat het aan het college was om onderzoek te doen. Na een klacht over de trage afhandeling en een ingebrekestelling op 24 februari 2019, besloot het college op 1 mei 2019 het verzoek te honoreren maar weigerde de dwangsom wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank vernietigde het besluit van 20 november 2019 omdat niet alle relevante stukken waren betrokken bij de besluitvorming, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat de ingebrekestelling onredelijk laat was ingediend. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze beoordeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de ingebrekestelling onredelijk laat was, omdat ruim vier maanden waren verstreken na het verlopen van de beslistermijn zonder dat appellant eerder contact had gezocht over het uitblijven van een besluit. Ook het feit dat het college het standpunt over de late ingebrekestelling pas tijdens de zitting innam, leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat de ingebrekestelling onredelijk laat was, waardoor het college geen dwangsom hoeft te betalen.