ECLI:NL:RBDHA:2023:21497

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 december 2023
Publicatiedatum
22 januari 2024
Zaaknummer
SGR 23/6310
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:84 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na ambtshalve herroeping rijbewijsbesluit

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van proceskosten in verband met het besluit van 30 augustus 2023 waarbij zijn rijbewijs ongeldig werd verklaard. Verweerder heeft het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard, maar uit coulance het besluit ambtshalve herroepen, waardoor het rijbewijs weer geldig werd.

De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of deze herroeping kan worden gezien als een tegemoetkoming die recht geeft op proceskostenvergoeding. Dit is volgens de rechter niet het geval, omdat verweerder het primaire besluit niet heeft geschorst of een voorlopige voorziening heeft getroffen, maar het besluit uit coulance heeft herroepen.

Ook het argument van verzoeker dat hij genoodzaakt was een voorlopige voorziening in te dienen vanwege het uitblijven van reactie van verweerder, leidt niet tot een ander oordeel. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt daarom afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 6 december 2023 door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag.

Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de ambtshalve herroeping uit coulance geen tegemoetkoming vormt.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/6310

uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 december 2023 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. I. Kotliar),
en
de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder
(gemachtigde: mr. E. van Pernis-van de Wal).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn verzoek tegen het besluit van 30 augustus 2023.
1.1 Op 29 september 2023 heeft verweerder besloten op het bezwaar van verzoeker en het bezwaar ongegrond verklaard. Wel heeft hij het besluit van 30 augustus 2023 ambtshalve herroepen zodat het rijbewijs van verzoeker weer geldig is.
1.2
De voorzieningenrechter heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft de voorzieningenrechter meegedeeld dat hij geen aanleiding ziet om de proceskosten te vergoeden omdat hij uit coulance het besluit van 30 augustus 2023 heeft herroepen.
1.3
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.
3. Voor een toewijzing van de vergoeding van proceskosten moet worden beoordeeld of het bestuursorgaan tegemoet is gekomen aan verzoeker. [2] Van tegemoetkoming is sprake als het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het primaire besluit voorlopig opschort dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt. [3] Geen van beide situaties doet zich hier voor nu verweerder het bezwaarschrift van verzoeker ongegrond heeft verklaard, en uit coulance het besluit van 30 augustus 2023 ambtshalve heeft herroepen. Dat als gevolg daarvan verzoeker opnieuw de gelegenheid heeft gekregen om een onderzoek naar zijn rijvaardigheid te laten verrichten en de ongeldigheid van zijn rijbewijs is opgeheven, maakt dan ook niet dat verweerder is tegemoetgekomen. Ook het standpunt van verzoeker in zijn brief van 1 december 2023 dat hij genoodzaakt was om de voorlopige voorziening in te dienen omdat verweerder eerder niet reageerde op zijn vele verzoeken kan, wat hier verder ook van zij, daarom niet tot een ander oordeel leiden.
4. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De voorzieningerechter wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.D.A. Mantingh, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 december 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:75a van de Awb.
3.Vergelijk met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 september 2014, (ECLI:NL:CRVB:2014:3263).