ECLI:NL:RBDHA:2023:21593
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting horeca-inrichting na ernstige geweldsincidenten
Verzoeker, eigenaar van meerdere horeca-inrichtingen, werd geconfronteerd met een reeks ernstige geweldsincidenten, waaronder beschietingen en het plaatsen van explosieven bij zijn vestigingen. Naar aanleiding hiervan besloot de burgemeester tot sluiting van de horeca-inrichting in [plaatsnaam 1] voor drie maanden om de openbare orde te herstellen en herhaling te voorkomen.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, stellende dat hij niet verantwoordelijk was voor de incidenten die buiten de inrichting plaatsvonden en dat de sluiting niet noodzakelijk noch evenredig was. De voorzieningenrechter oordeelde dat persoonlijke verwijtbaarheid niet relevant is en dat de ernst en samenhang van de incidenten een directe relatie met de horeca-inrichting aannemelijk maken.
De rechter vond de sluiting noodzakelijk vanwege de impact op de veiligheid en het woon- en leefklimaat, en evenwichtig gezien het algemeen belang. Minder ingrijpende maatregelen boden onvoldoende bescherming. Het beroep op eerdere jurisprudentie werd verworpen omdat de situatie hier wezenlijk anders was. De voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de horeca-inrichting wordt afgewezen.