Eiseres ontving een Ziektewetuitkering die per 21 januari 2020 werd beëindigd door verweerder, omdat zij volgens de eerstejaars ZW-beoordeling meer dan 65% van haar loon kon verdienen. Eiseres maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts die een uitgebreid medisch onderzoek verrichtte en concludeerde dat de beperkingen van eiseres juist waren vastgesteld, met name ten aanzien van zwaar rugbelastend werk en psychische problematiek. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de voorgestelde functies passend waren, ondanks bezwaren van eiseres over bepaalde functie-eisen.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit gebaseerd was op een juiste medische en arbeidskundige beoordeling en wees het beroep af. Daarnaast werd vastgesteld dat de bezwaar- en beroepsprocedure langer dan de redelijke termijn had geduurd, waardoor eiseres recht had op een schadevergoeding van € 2.000,-, waarvan een deel werd toegekend aan eiseres en proceskosten werden verdeeld tussen verweerder en de Staat.