Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 februari 2023 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
[naam 6] ( de controleambtenaar) zal worden uitgevoerd. Op diezelfde dag heeft
[naam 2] een e-mail naar een aantal van zijn collega’s, waaronder de controleambtenaar, gestuurd. Hierin staat – voor zover hier van belang – het volgende:
[naam 2] gestuurd:
1 maart 2015 tot en met 31 december 2015 aan eiser opgelegd naar een na te heffen bedrag van € 144.442. Daarbij is tevens € 22.853 aan belastingrente in rekening gebracht.
[naam 2] betrokken zou zijn bij andere entiteiten maakt nog niet dat de uitspraak op bezwaar onbevoegd is genomen noch dat sprake is van een onvolledige heroverweging in de bezwaarfase. Hetzelfde heeft te gelden voor de door eiser veronderstelde betrokkenheid van [naam 2] bij het onderhavige dossier op een eerder moment dan de bezwaarfase. Een dergelijke betrokkenheid levert naar het oordeel van de rechtbank geen strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur op. Dat eiser tijdens de bezwaarfase wel inzage in deze stukken heeft gekregen, maakt het voorgaande niet anders. Het door verweerder zeer ruime inzagerecht tijdens de bezwaarfase maakt de e-mailcorrespondentie nog geen op de zaak betrekking hebbende stukken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de interne e-mailcorrespondentie niet door verweerder aan de rechtbank overgelegd hoefde te worden.
[naam 2] . De e-mailcorrespondentie die heeft plaatsgevonden tussen
[naam 2] en zijn collega’s zag op de behandeling van het bezwaar van
VOF [bedrijfsnaam 2] en niet op de onderhavige uitspraak op bezwaar. Ook volgt uit de correspondentie niet dat [naam 2] invloed heeft gehad op het controlerapport, de oplegging van de naheffingsaanslag of de oplegging van de nihilbeschikking. Uit het enkele feit dat [naam 2] met de controleambtenaar heeft gesproken over diverse lopende zaken waar eiser bij betrokken is, kan nog niet worden geconcludeerd dat [naam 2] betrokken is geweest bij het controlerapport, de oplegging van de naheffingsaanslag en de oplegging van de nihilbeschikking. In de bezwaarfase heeft dan ook een heroverweging plaatsgevonden van de bestreden naheffingsaanslag en nihilbeschikking. De toon van de overgelegde interne correspondentie is naar het oordeel van de rechtbank niet dusdanig dat daaruit zou volgen dat geen behoorlijke of zorgvuldige heroverweging heeft plaatsgevonden.
Beslissing
mr. A.C. van Essen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
22 februari 2023.