Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op zijn aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf nareis asiel. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser verweerder rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen zestien weken na 3 november 2023 een besluit moet nemen, mede omdat verweerder een DNA-onderzoek wil laten verrichten dat gepland staat op 28 november 2023. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, moet hij een dwangsom van € 100,- betalen, met een maximum van € 7.500,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 418,50, inclusief het door eiser betaalde griffierecht. De rechtbank sluit aan bij eerdere jurisprudentie waarin nareisaanvragen als bijzondere gevallen worden beschouwd die een langere beslistermijn rechtvaardigen.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier D.A.M. Delger op 1 december 2023 te Utrecht. Eiser krijgt hiermee gelijk en verweerder wordt verplicht het besluit alsnog binnen de gestelde termijn te nemen.