ECLI:NL:RBDHA:2023:21714
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen invordering dwangsom wegens omzetting zelfstandige woonruimte zonder vergunning
Eiser is eigenaar van een woning die zonder omzettingsvergunning is omgezet van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimten voor vijf personen. Verweerder heeft een last onder dwangsom opgelegd en deze dwangsom vervolgens ingevorderd nadat de overtreding niet was beëindigd.
Eiser betwist de invordering onder meer omdat hij meent dat de inspecteur de woning bij hercontrole niet adequaat heeft gecontroleerd, dat huurders op het adres stonden ingeschreven vóór de nieuwe regelgeving en dat er sprake is van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding, waardoor geen vergunning nodig zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat deze gronden in de procedure tegen de invorderingsbeschikking niet kunnen worden aangevoerd, aangezien zij reeds tegen het oorspronkelijke besluit tot oplegging van de last onder dwangsom hadden kunnen worden ingebracht. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat de invordering terecht is en dat het inspectierapport, gebaseerd op BRP-inschrijvingen en verklaringen, voldoende is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 21 december 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van de dwangsom wordt ongegrond verklaard en het besluit tot invordering blijft in stand.