ECLI:NL:RBDHA:2023:21721
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting. De kern van het geschil betreft de geldigheid van de verlenging van de beslistermijn op grond van de Wet Besluit Vreemdelingenbeleid (WBV) 2022/22 en WBV 2023/3.
Eiser betwist dat de beslistermijn rechtsgeldig met negen maanden is verlengd en stelt dat hij verweerder niet prematuur in gebreke heeft gesteld. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn onder de WBV 2022/22 en WBV 2023/3 rechtsgeldig is, gelet op de situatie zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De aanvraag van eiser is ingediend op 2 augustus 2022. Nederland werd verantwoordelijk voor de asielaanvraag op 6 maart 2023 na een toegewezen verzoek tot terugname op grond van de Dublinverordening. Hierdoor is de beslistermijn van zes maanden aangevangen en met negen maanden verlengd. De ingebrekestelling van 11 september 2023 is daardoor te vroeg ingediend. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor beroep tegen niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroeg ingediende ingebrekestelling door verlenging van de beslistermijn.