Uitspraak
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Somalische nationaliteit, heeft eerder een asielaanvraag ingediend die is afgewezen en waarvan het hoger beroep ongegrond is verklaard. Op 6 november 2023 diende hij een opvolgende aanvraag in, die door verweerder niet-ontvankelijk werd verklaard omdat geen nieuwe relevante elementen werden aangevoerd.
Eiser betoogt dat hij destijds niet kon aanvoeren dat hij in Ethiopië deel uitmaakte van het gezin van zijn tante, die in Nederland verblijft en een asielvergunning heeft vanwege bedreigingen door een beweging. Hij stelt dat deze omstandigheden nu alsnog beoordeeld moeten worden.
De rechtbank oordeelt dat deze feiten geen nieuwe relevante elementen vormen die afdoen aan het eerdere besluit. De persoonlijke vrees van eiser voor de beweging is niet aannemelijk gemaakt en staat in rechte vast. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de situatie van de tante niet gelijk te stellen is met die van eiser.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De opvolgende asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep wordt ongegrond verklaard.