ECLI:NL:RBDHA:2022:8711
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Somalië wegens binnenlands beschermingsalternatief
Eiser, een Somalische jongeman geboren in 2002, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij gevaar loopt om gerekruteerd te worden door een gewelddadige groepering vanwege zijn jonge leeftijd en gebrek aan familie of netwerk in Somalië. Eiser was op jonge leeftijd gevlucht naar Ethiopië vanwege deze dreiging.
De staatssecretaris wees het asielverzoek af omdat eiser geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië. De rechtbank bevestigt dit oordeel en overweegt dat eiser zich kan vestigen in gebieden waar de groepering niet actief is, zoals Qoryoley of Mogadishu. Hoewel het Algemeen Ambtsbericht Somalië vermeldt dat rekrutering ook in door de overheid gecontroleerde gebieden voorkomt, acht de rechtbank dit onvoldoende om een reëel risico aan te nemen.
Eiser kon niet onderbouwen dat hij een gevaarlijke reis door door de groepering gecontroleerde gebieden moet maken om zijn herkomstgebied of Mogadishu te bereiken. Ook faalde hij in het onderbouwen van zijn stelling dat voor heel Somalië een zogenoemde ‘15c-situatie’ geldt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard vanwege het bestaan van een binnenlands beschermingsalternatief.