ECLI:NL:RBDHA:2023:21729
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij beroep wegens niet tijdig beslissen
Verzoekster is op 4 augustus 2023 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op haar aanvraag. Nadat het bestuursorgaan alsnog op 25 augustus 2023 een beslissing had genomen, trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster recht heeft op vergoeding van proceskosten omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen. De vergoeding wordt vastgesteld op € 209,25, waarbij rekening is gehouden met de lichte aard van de zaak en het beperkte belang. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoekster betalen.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier D.A.M. Delger op 12 december 2023. Partijen zijn niet uitgenodigd voor een zitting omdat dit niet noodzakelijk werd geacht volgens artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 209,25 proceskosten aan verzoekster wegens niet tijdig beslissen.