Verzoekster, van Filipijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door verweerder op 22 april 2022 werd afgewezen. Hiertegen maakte verzoekster bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter op 19 mei 2022 om een voorlopige voorziening die uitzetting zou voorkomen totdat op het bezwaar was beslist.
Verweerder verzette zich niet tegen het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat aan de voorwaarden voor toewijzing was voldaan en dat onverwijlde spoed gelet op de belangen van verzoekster een voorlopige voorziening rechtvaardigde.
De voorzieningenrechter gebiedt verweerder zich te onthouden van uitzetting of voorbereidingen daartoe totdat op het bezwaar is beslist en veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 837,-. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.