Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Poolse nationaliteit, werd op 2 februari 2023 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De maatregel werd op 8 februari 2023 opgeheven, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de vraag of de tenuitvoerlegging onrechtmatig was geweest.
Eiser betwistte de zware gronden 3a en 3c, waarbij hij aanvoerde dat hij Nederland daadwerkelijk en effectief had verlaten, onder meer omdat hij na zijn gedwongen uitzetting in een Poolse afkickkliniek verbleef. De rechtbank oordeelde echter dat hij Nederland weliswaar fysiek had verlaten, maar zijn verblijf niet daadwerkelijk en effectief had beëindigd, mede omdat hij op 24 januari 2023 alweer in Nederland werd aangehouden en geen inspanningen had verricht om zijn verblijf in Polen op te bouwen.
De rechtbank achtte de gronden voor de maatregel voldoende en vond geen aanleiding om de maatregel onrechtmatig te verklaren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Verweerder hoefde geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.