ECLI:NL:RBDHA:2023:218
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens inwilliging
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 25 augustus 2021. Inmiddels heeft de staatssecretaris de aanvraag bij besluit van 29 juni 2022 ingewilligd. Ondanks dat eiseres het beroep handhaaft, oordeelt de rechtbank dat het beroep tegen het niet-tijdig beslissen geen procesbelang meer heeft.
De rechtbank onderzoekt of eiseres op grond van artikel 4:19 Awb Pro in beroep kan komen tegen de vaststelling dat zij geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd is. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van deze artikelen uit voor asielaanvragen. Eiseres stelt dat deze wet strijdig is met het Unierecht, verwijzend naar eerdere uitspraken van andere rechtbanken.
De rechtbank volgt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die oordeelde dat de Tijdelijke wet niet in strijd is met het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel van het Unierecht. Omdat de mogelijkheid bestaat om via de rechter een dwangsom af te dwingen, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.
Tot slot veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €418,50, vanwege het recht op beroep tegen het niet-tijdig beslissen. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 10 januari 2023 door rechter E.F. Bethlehem.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.