ECLI:NL:RBDHA:2023:21817

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 december 2023
Publicatiedatum
13 februari 2024
Zaaknummer
NL23.38149
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 30 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen feitelijke overdracht aan Polen in Dublinprocedure

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Polen verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.

Verzoeker vroeg een voorlopige voorziening om schorsing van de feitelijke overdracht aan Polen te verkrijgen, aangezien deze overdracht gepland stond voordat de uitspraak op het beroep was gedaan.

De staatssecretaris verzette zich niet tegen het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek toe te wijzen en het bestreden besluit te schorsen, zodat verzoeker niet aan Polen wordt overgedragen totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is definitief, hoger beroep is uitgesloten.

Uitkomst: De overdracht aan Polen wordt geschorst totdat de rechtbank uitspraak doet op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.38149

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. P.L.M. Stieger),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 1 november 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen [1] , omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep (NL23.34629) ingesteld.
Bij brief van 29 november 2023 heeft verweerder aangezegd dat verzoeker op 11 december 2023 feitelijk overgedragen zal worden aan de Poolse autoriteiten.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter vervolgens verzocht om een voorlopige voorziening (NL23.38149) te treffen, teneinde het bestreden besluit te schorsen, zodat verzoeker de uitspraak op het beroep in Nederland mag afwachten.
Verweerder heeft op 6 december 2023 aangegeven zich niet tegen toewijzing van dit verzoek om een voorlopige voorziening te verzetten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. De voorzieningenrechter doet in deze zaak op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening, teneinde het bestreden besluit te schorsen en verzoeker toe te staan de uitspraak op het beroep in Nederland af te wachten, zal de voorzieningenrechter dit verzoek als kennelijk gegrond toewijzen. Dit betekent dat verzoeker in ieder geval niet aan Polen mag worden overgedragen totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep (NL23.34629). Partijen zullen zo spoedig mogelijk een uitnodiging krijgen voor de mondelinge behandeling van dit beroep op zitting.
3. Er bestaat in dit geval aanleiding om verweerder in te proceskosten te veroordelen. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpr) vast op een bedrag van € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 837,-, wegingsfactor 1). Verweerder dient dit bedrag te betalen aan de gemachtigde van verzoeker.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om de voorlopige voorziening toe;
- schorst het bestreden besluit, in zoverre dat verzoeker niet aan Polen mag worden overgedragen, totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. D. Biever, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).