ECLI:NL:RBDHA:2023:21828
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing concernvrijstelling overdrachtsbelasting bij aandelenoverdracht binnen concern
Eiseres heeft overdrachtsbelasting betaald bij de verkrijging van aandelen in een vennootschap, maar stelde beroep in tegen de afwijzing van haar bezwaar tegen deze belasting. De kern van het geschil betrof de vraag of de concernvrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter h, van de Wet belastingen van rechtsverkeer (WBR) in samenhang met artikel 5b van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer van toepassing was.
De rechtbank stelde vast dat zowel de vervreemder als de verkrijger van de aandelen tot hetzelfde concern behoren, zoals bedoeld in het Uitvoeringsbesluit. Eiseres had aannemelijk gemaakt dat de structuur van het concern sinds 2017 ongewijzigd was en dat de vennootschap F het gehele belang in zowel de vervreemder als de verkrijger hield. Verweerder kon dit niet aannemelijk tegenspreken.
De rechtbank concludeerde dat de voorwaarden voor de concernvrijstelling waren vervuld, waardoor eiseres recht had op teruggaaf van de betaalde overdrachtsbelasting. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
De uitspraak bevestigt het belang van een duidelijke concernstructuur en het economisch belang bij aandelen voor toepassing van de concernvrijstelling bij interne reorganisaties.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat eiseres recht heeft op teruggaaf van de betaalde overdrachtsbelasting.