ECLI:NL:RBDHA:2023:21851
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toewijzing tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
Verzoeker, een Oekraïense nationaliteit dragende man, verzocht om tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vanwege de inval in Oekraïne. Zijn aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat verzoeker niet voldeed aan het samenwoningsvereiste uit het Voorschrift Vreemdelingen. Verzoeker stelde dat hij wel degelijk samenwoonde met zijn vrouw en kind, ondanks tijdelijk werk in Polen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar van verzoeker niet zonder meer kansloos is en dat het samenwoningsvereiste niet zo strikt mag worden uitgelegd als verweerder deed. Er moet nader onderzoek plaatsvinden naar de aard en duur van het verblijf in het buitenland en de intenties van verzoeker.
Gezien het spoedeisende belang van verzoeker, die onzeker is over zijn opvang en werkmogelijkheden, en het ontbreken van zwaarwegende tegenbelangen, werd de voorlopige voorziening toegewezen. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak is bindend voor de duur van vier weken na de beslissing op bezwaar en kan niet in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen zodat verzoeker tijdelijk als beschermd wordt behandeld tot vier weken na bezwaarbeslissing.