ECLI:NL:RBDHA:2024:3174
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op tijdelijke bescherming Oekraïense onderdaan wegens vertrek voor peildatum en ontbreken duurzame relatie
Eiser, een Oekraïense onderdaan, verzocht om tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). Hij vertrok uit Oekraïne op 8 september 2021, vóór de peildatum van 27 november 2021, en verbleef daarna in de Europese Unie. Verweerder weigerde de tijdelijke bescherming omdat eiser niet tot de doelgroep behoort die sinds 24 februari 2022 ontheemd is geraakt door de militaire invasie.
Eiser stelde dat hij een duurzame relatie heeft met een tijdelijk beschermde partner en dat hij onder de ruimere uitleg van het Nederlandse beleid valt. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde van een duurzame relatie en dat zijn vertrekdatum uit Oekraïne niet binnen de toepassingsperiode van de Richtlijn valt.
Het beroep op artikel 8 EVRM Pro over respect voor gezinsleven werd eveneens verworpen omdat eiser niet aannemelijk maakte dat sprake is van een beschermingswaardig gezinsleven en er geen inmenging werd vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiser op tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.