ECLI:NL:RBDHA:2023:21852
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over hoorplicht en aanslag inkomstenbelasting 2018
Eiseres maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2018, waarbij de Belastingdienst het belastbaar inkomen had vastgesteld op € 24.291. De rechtbank had eerder het beroep gegrond verklaard wegens het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar en verweerder opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen.
In geschil stond of verweerder de hoorplicht had geschonden. Eiseres stelde dat dit het geval was en verzocht om vernietiging van de uitspraak op bezwaar en betaling van een dwangsom. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder voldoende pogingen had gedaan om eiseres te horen, met meerdere voorstellen voor hoorgesprekken en correspondentie, ondanks dat eiseres een eerste hoorgesprek had geannuleerd.
De rechtbank achtte aannemelijk dat de brief waarin het hoorgesprek werd geannuleerd en de uitspraak van de rechtbank elkaar kruisten, waardoor verweerder niet tijdig op de hoogte was. Verweerder heeft daarna meerdere nieuwe data voorgesteld en geprobeerd telefonisch contact te leggen. Eiseres heeft niet gereageerd op de laatste voorstellen, ondanks dat zij bekend moest zijn met de termijn voor uitspraak op bezwaar.
De rechtbank concludeerde dat de hoorplicht niet was geschonden en dat de hoogte van de aanslag niet langer in geschil was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de aanslag inkomstenbelasting 2018 is ongegrond verklaard omdat de hoorplicht niet is geschonden.