Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 4 juni 2024
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Hoorplicht
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2018 en stelde dat de hoorplicht door de Inspecteur was geschonden en dat de Inspecteur in strijd met de goede procesorde had gehandeld. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
Het geschil betrof vooral de vraag of belanghebbende voldoende gelegenheid had gekregen om te worden gehoord. Het hof oordeelde dat de Inspecteur meerdere keren data voor een hoorgesprek had voorgesteld, waarbij belanghebbende ook een hoorgesprek had geannuleerd. Hoewel een hoorgesprek op korte termijn moest plaatsvinden vanwege een dwangsom, was belanghebbende voldoende in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord.
De Inspecteur had de hoorgesprekken op enkele momenten geannuleerd vanwege nieuwe informatie die relevant was voor de aanslag. Het hof achtte aannemelijk dat de Inspecteur niet tijdig op de hoogte was van een uitspraak van de Rechtbank die een termijn voor uitspraak op bezwaar stelde, waardoor de communicatie elkaar kruiste. Dit was echter niet voor rekening van belanghebbende.
Belanghebbende had niet aannemelijk gemaakt dat zij de brief met nieuwe hoorgesprekdata te laat had ontvangen en had ook niet gereageerd op de nieuwe uitnodiging. Het hof concludeerde dat de hoorplicht niet was geschonden en dat de Inspecteur niet in strijd met de goede procesorde had gehandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de hoorplicht niet is geschonden en verklaart het hoger beroep ongegrond.