ECLI:NL:RBDHA:2023:219
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij dwangsom asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 13 september 2021. Verweerder besloot uiteindelijk op 20 juli 2022 de aanvraag toe te wijzen en verleende een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht tot de datum van aanvraag.
Eiser handhaafde zijn beroep omdat verweerder in het besluit geen dwangsom had vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarmee feitelijk is komen te vervallen, omdat de aanvraag is ingewilligd en het procesbelang ontbreekt.
De rechtbank onderzocht vervolgens of eiser in beroep kon tegen de vaststelling dat geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd is, maar de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van de Awb-artikelen over bestuurlijke dwangsommen uit bij asielaanvragen.
Hoewel eiser verwees naar jurisprudentie die deze uitsluiting in strijd acht met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel, stelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een recente uitspraak dat de Tijdelijke wet niet in strijd is met het gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel.
Daarom ontbrak ook voor het beroep tegen het niet opleggen van een dwangsom het procesbelang, en verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Eiser kreeg wel een vergoeding van €418,50 aan proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.