ECLI:NL:RBDHA:2023:21900
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugwerkende buitenlandbijdrage voor medische zorg in Italië
Eiseres, woonachtig in Italië sinds 2 oktober 2020 en houdster van een Nederlands pensioen, werd door het Centraal Administratie Kantoor (verweerder) aanvankelijk niet als verdragsgerechtigde aangemerkt. Na bezwaar werd dit besluit herroepen en werd eiseres met terugwerkende kracht vanaf die datum als verdragsgerechtigde erkend, waardoor zij een buitenlandbijdrage moest betalen.
Eiseres betwistte de terugwerkende kracht van deze bijdrageplicht en stelde dat zij pas vanaf 28 maart 2022 verdragsgerechtigd zou moeten zijn en bijdragen zou moeten betalen. Verweerder verwees naar artikel 69 van Pro de Zorgverzekeringswet en Verordening (EG) 883/2004, die bepalen dat gepensioneerden die in een ander EU-land wonen en een Nederlands pensioen ontvangen, recht hebben op medische zorg in het woonland ten laste van Nederland en daarvoor een bijdrage verschuldigd zijn.
De rechtbank oordeelde dat de bijdrageplicht dwingendrechtelijk is en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen. Het feit dat eiseres geen gebruik kon maken van de Europese ziekteverzekeringskaart of dat een formulier verkeerd was ingevuld, vormt geen grond om de bijdrageplicht te laten vervallen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en kreeg eiseres geen terugbetaling van griffierecht of reiskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugwerkende buitenlandbijdrage wordt ongegrond verklaard.