ECLI:NL:RBDHA:2023:21901
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling beslagvrije voet en aflossingscapaciteit WW-uitkering
Eiseres, ontvanger van een WW-uitkering, had niet doorgegeven dat zij had gewerkt, waardoor het UWV een bedrag terugvorderde en een boete oplegde. Het UWV stelde de beslagvrije voet vast op basis van de bijstandsnorm minus een aflossingscapaciteit van €146,00 per maand.
Eiseres stelde dat zij slechts €50 per week overhield en dat de berekening onredelijk was vanwege gestegen energiekosten en duurdere boodschappen. Het UWV handhaafde het besluit en wees op de huurtoeslag en energietoeslag die eiseres ontvangt.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de beslagvrije voet correct had vastgesteld volgens artikel 475d Rv en de Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen. Er was geen bewijs dat toepassing van de aflossingscapaciteit tot een kennelijk onredelijk resultaat leidde.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter N.E.M. de Coninck op 4 december 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit over de beslagvrije voet en aflossingscapaciteit is ongegrond verklaard.