ECLI:NL:RBDHA:2023:21961
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser beoordeeld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. De staatssecretaris baseert zich op de Dublinverordening en het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij Duitsland de asielaanvraag heeft geaccepteerd.
Eiser stelde dat hij geen asielaanvraag in Duitsland had ingediend en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer van toepassing is vanwege toegenomen geweld en racisme in Duitsland, alsmede tekortkomingen in de opvang en rechtsbijstand. De rechtbank oordeelt dat de registratie in het Eurodac-systeem en de acceptatie door Duitsland voldoende bewijs vormen dat de aanvraag in Duitsland loopt. De stellingen van eiser over geweld en racisme zijn onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
Daarnaast wees de rechtbank het beroep af op grond van artikel 16 van Pro de Dublinverordening omdat een oom niet onder het toepassingsbereik van dat artikel valt, en op artikel 17 omdat Pro de omstandigheden geen bijzondere gronden vormen om af te wijken van overdracht aan Duitsland. Het beroep is daarmee ongegrond verklaard en de staatssecretaris mag het besluit handhaven.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.