ECLI:NL:RBDHA:2023:22060
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf voor nareis uit Eritrea bevestigd
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel nareis, die door de staatssecretaris is afgewezen omdat de familierechtelijke relatie met de referent niet was aangetoond. Eisers konden vanwege de situatie in Eritrea en de oorlog in Ethiopië niet naar Ethiopië reizen voor het aangeboden DNA-onderzoek en vroegen om uitstel en aanhouding van de zaak.
De staatssecretaris heeft meerdere malen uitstel verleend, maar stelde dat eisers niet beschikbaar waren voor het DNA-onderzoek en dat de gevolgen daarvan voor hun rekening en risico kwamen. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris niet verplicht was om nader onderzoek te doen naar alternatieven zoals DNA-onderzoek in Eritrea via IOM, omdat eisers onvoldoende bijzondere omstandigheden hadden aangetoond.
De rechtbank stelt dat eisers ruimschoots gelegenheid hebben gehad om het DNA-onderzoek te ondergaan en dat het niet beschikbaar zijn daarvoor voor hun risico komt. De afwijzing van de aanvraag is daarom terecht gehandhaafd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag mvv nareis wordt ongegrond verklaard en de afwijzing gehandhaafd.