ECLI:NL:RBDHA:2023:22114
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-tijdig beslissen op asielaanvraag door verlengde beslistermijn
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting omdat partijen geen zitting wensten.
De kern van het geschil betreft de geldigheid van de ingebrekestelling die eiser heeft gedaan. Verweerder heeft de beslistermijn op grond van het besluit WBV 2022/22 verlengd met negen maanden vanwege bijzondere omstandigheden die sinds 27 september 2022 gelden. Eiser betwist deze verlenging en stelt dat de ingebrekestelling daarom niet geldig is.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn terecht is toegepast. Omdat de asielaanvraag van eiser op 10 oktober 2022 is ingediend, valt deze onder de verlengde termijn, waardoor verweerder uiterlijk op 10 januari 2024 moet beslissen. De ingebrekestelling van 28 juli 2023 is daarmee te vroeg en voldoet niet aan de voorwaarden voor beroep.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet zij geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend door de verlenging van de beslistermijn.