ECLI:NL:RBDHA:2023:22159
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens niet tijdig beslissen op aanvraag vreemdelingenrecht
Verzoekster heeft op 17 juli 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Nadat verzoekster in beroep was gegaan, heeft verweerder op 1 augustus 2023 alsnog de aanvraag ingewilligd. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank om verweerder te veroordelen tot vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder stemde in met het verzoek tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat verweerder de proceskosten van verzoekster moet vergoeden omdat de beslissing pas na het beroep is genomen. De vergoeding is vastgesteld op een vast bedrag van € 209,25, gebaseerd op het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener en een wegingsfactor van 0,25 vanwege het lichte gewicht van de zaak.
Daarnaast is verweerder verplicht het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoekster te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier N. Khalloufi op 27 december 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 209,25 proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan verzoekster.