ECLI:NL:RBDHA:2023:2219

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 februari 2023
Publicatiedatum
27 februari 2023
Zaaknummer
NL23.4786
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 96 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling ongegrond verklaard

Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is op 7 oktober 2022 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft deze maatregel eerder getoetst en toen rechtmatig bevonden tot het sluiten van het onderzoek op 19 oktober 2022.

In dit vervolgberoep staat de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel na die datum centraal. Eiser voert aan dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Marokko. De rechtbank oordeelt dat uit de voortgangsrapportage blijkt dat de Marokkaanse nationaliteit recentelijk is bevestigd en dat de regievoerder geïnformeerd zal worden over de presentatie van eiser, zodat er wel degelijk zicht is op uitzetting.

Verder is niet gebleken dat het voortduren van de maatregel onrechtmatig is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.4786

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

v-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. S.A.M. Fikken),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 7 oktober 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
De rechtbank heeft van verweerder een kennisgeving voortduring bewaring ontvangen. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep tegen het voortduren van de maatregel.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd en tevens verzocht om een schadevergoeding.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 20 februari 2023 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 21 oktober 2022 [1] volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 19 oktober 2022, de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Voor zover eiser zich op het standpunt stelt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Marokko, volgt de rechtbank dit niet. Uit de voortgangsrapportage van 9 februari 2023 volgt dat het Marokkaanse consulaat in Rotterdam de nationaliteit van eiser recentelijk heeft bevestigd, namelijk op 31 januari 2023. Tevens blijkt uit de voortgangsrapportage dat de Dienst Interne Aangelegenheden (DIA) de regievoerder op een later moment zal informeren over de datum waarop eiser gepresenteerd kan worden. De enkele omstandigheid dat de Marokkaanse autoriteiten niet direct zijn overgegaan tot het afgeven van een laissez-passer en een presentatie kennelijk nog nodig is, maakt niet dat het zicht op uitzetting ontbreekt.
5. Ook overigens is niet gebleken dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep ongegrond;
 wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.