ECLI:NL:RBDHA:2023:22207

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 oktober 2023
Publicatiedatum
21 juni 2024
Zaaknummer
C/09/650480 / FA RK 23-4945
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek vervangende toestemming verhuizing kinderen naar andere woonplaats

De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming om met de minderjarige kinderen naar een andere woonplaats te verhuizen. De ouders zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit over de kinderen, die hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben. De moeder baseerde haar verzoek op een incident waarbij zij stelt dat de vader geweld heeft gebruikt, waardoor zij zich onveilig voelt en nood heeft aan verhuizing dichter bij familie en opleidingsmogelijkheden.

De vader betwist de ernst van het incident en de onveiligheid, wijst op het ontbreken van strafrechtelijke vervolging en rapportages van betrokken hulpverleningsinstanties die onveiligheid bevestigen. De rechtbank concludeert dat onvoldoende is aangetoond dat de veiligheid van de moeder een verhuizing noodzakelijk maakt. Tevens is onvoldoende gebleken dat de moeder alleen in de nieuwe woonplaats haar opleiding kan volgen, mede omdat de vader flexibele opvangmogelijkheden biedt.

De rechtbank merkt ook op dat de verhuizing onvoldoende is voorbereid, met name wat betreft de toekomstige zorgregeling en de impact op het contact tussen vader en kinderen. Er is geen concrete woning in de nieuwe woonplaats aangetoond, terwijl een geschikte woning in de huidige woonplaats beschikbaar is. Gezien deze omstandigheden weegt de rechtbank de belangen af en wijst het verzoek tot vervangende toestemming af.

Omdat de verhuizing niet wordt toegestaan, worden de zelfstandige verzoeken van de vader die samenhangen met een eventuele verhuizing eveneens afgewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding tot wijziging van de hoofdverblijfplaats of zorgregeling. De beslissing is genomen met het belang van de kinderen als leidraad en rekening houdend met alle betrokken belangen.

Uitkomst: Verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing met de kinderen wordt afgewezen wegens onvoldoende noodzaak en onvoldoende voorbereiding.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 23-4945
Zaaknummer: C/09/650480
Datum beschikking: 24 oktober 2023

Vervangende toestemming verhuizing

Beschikking op het op 12 juli 2023 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende in [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
advocaat: mr. E.I. Robert te [plaats 1] .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.M. Schouten te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
 het verzoekschrift;
 het verweerschrift, tevens zelfstandige verzoeken, van de vader, binnengekomen op
13 september 2023;
 het F9-formulier met bijlagen van 19 september 2023 van de moeder;
 het bericht met bijlagen van 20 september 2023 van de vader.
Op 22 september 2023 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
 de ouders, ieder bijgestaan door hun advocaat;
 F. Roos namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

 Partijen zijn gehuwd geweest van 19 november 2018 tot 30 maart 2023.
 Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
  • [kind 1] , geboren op [geboortedag 1] 2020 te [geboorteplaats 1] ;
  • [kind 2] , geboren op [geboortedag 2] 2021 te [geboorteplaats 2] .
 De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
 De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder.
 Bij beschikking van deze rechtbank van 13 december 2022 is, voor zover hier van belang, bepaald dat de kinderen als volgt bij de vader zullen verblijven:
- in de even weken: van zondag 10:00 uur tot maandag 18:00 uur;
- in de oneven weken: van donderdag 18:00 uur tot zondag 18:00 uur;
- de helft van alle vakanties en feestdagen, waaronder ook Islamitische feestdagen, en
vrije dagen, waarbij de kinderen de eerste helft van de vakanties bij de vader verblijven
en de tweede helft bij de moeder.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt vervangende toestemming aan haar te verlenen om met de kinderen naar [plaats 1] te mogen verhuizen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de vader zelfstandig:
 in het geval dat de moeder volhardt in haar standpunt dat zij hoe dan ook zal verhuizen als zij geen vervangende toestemming krijgt van de rechtbank:
  • het hoofdverblijf van de kinderen bij de vader te bepalen;
  • een zorgregeling vast te stellen van de moeder met de kinderen van een weekend per twee weken, van vrijdag na school tot zondag 18:00 uur, althans een zorgregeling met de moeder vast te stellen die de rechtbank het meest in het belang acht van de minderjarigen;
 in geval de rechtbank de moeder vervangende toestemming verleent om met de kinderen te verhuizen naar [plaats 1] :
- het hoofdverblijf van de kinderen bij de vader te bepalen;
- een zorgregeling vast te stellen van de moeder met de kinderen van een weekend
per twee weken, van vrijdag na school tot zondag 18:00 uur, althans een
zorgregeling met de moeder vast te stellen die de rechtbank het meest in het belang
acht van de minderjarigen,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet de rechtbank in een geschil als dit, waarbij de ouders met het gezamenlijk gezag over de kinderen zijn belast en er een verschil van mening bestaat over een verhuizing van de verzorgende ouder en de kinderen, een zodanige beslissing nemen als de rechtbank in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt.
Uit vaste jurisprudentie volgt dat, hoezeer het belang van het kind een overweging van de eerste orde moet zijn bij de afweging van belangen, andere belangen zwaarder kunnen wegen. De rechtbank zal bij haar beslissing alle omstandigheden van het geval in acht moeten nemen.
Volgens vaste rechtspraak moet de rechtbank alle betrokken belangen afwegen, waaronder:
  • de noodzaak om te verhuizen;
  • de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
  • de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor het kind en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
  • de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
  • de rechten van de andere ouder en het kind op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
  • de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
  • de frequentie van het contact tussen het kind en de andere ouder voor en na de verhuizing;
  • de leeftijd van het kind, zijn of haar mening en de mate waarin het kind geworteld is in de eigen omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen, en
  • de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.
De ouder bij wie het kind zijn of haar hoofdverblijfplaats heeft, moet in beginsel de gelegenheid krijgen om met het kind ergens anders een gezinsleven en een toekomst op te bouwen, indien de omstandigheden van het geval na een belangenafweging zoals hiervoor genoemd een dergelijke beslissing ook rechtvaardigen.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder heeft aangevoerd dat er op 23 maart 2023 een incident heeft plaatsgevonden tussen de ouders, waarbij de vader geweld tegen de moeder heeft gebruikt. De moeder heeft hiervan aangifte gedaan. Sinds dit incident verblijven de moeder en de kinderen bij de ouders van de moeder in [plaats 1] , omdat de moeder zich niet meer veilig in haar eigen woning voelt. Voor de moeder is het noodzakelijk dat zij niet langer in de omgeving van de vader verkeert en er niet continu voor moet vrezen dat hij voor haar deur staat of dat zij hem op straat tegenkomt, aldus de moeder. De moeder heeft voor de traumaverwerking van dit incident ook individuele hulpverlening ingeschakeld.
Volgens de moeder heeft zij daarnaast geen perspectief in [plaats 2] . Zij heeft daar geen werk en geen netwerk. In [plaats 1] wonen daarentegen haar ouders, twee zussen en drie broers. Daar kan zij dus makkelijk terugvallen op haar familie. Verder wil de moeder een opleiding tot onderwijsassistente in [plaats 1] gaan volgen, en kan haar familie tijdens haar opleiding dan op de kinderen passen. Daarnaast wil zij voor de opvang van de kinderen op zoek gaan naar een peuterspeelzaal in [plaats 1] .
De vader betwist de wijze waarop de moeder het incident in maart beschrijft. Bovendien geeft hij aan dat hij niet is vervolgd voor enig strafbaar feit. Ook betwist de vader de door de moeder gestelde onveiligheid. Hij geeft aan dat er momenteel twee hulpverleningsinstanties bij het gezin zijn betrokken, Stichting Zo en Enver. Indien er sprake zou zijn van objectieve onveiligheid van de moeder door de vader, had één van beide instanties in hun rapportages hier melding van gemaakt. Dit is echter niet gebeurd.
De rechtbank kan zich voorstellen dat het incident in maart impact heeft gehad op het veiligheidsgevoel van de moeder. Echter heeft de moeder, om dit incident te onderbouwen, alleen haar aangifte overgelegd (welke het incident vanuit haar perspectief beschrijft), terwijl de ouders een verschillende beleving van dit incident hebben en niet is gebleken dat deze aangifte tot enige strafrechtelijke vervolging heeft geleid. Daarnaast wordt in de verslagen van de gezamenlijke hulpverlening die de ouders ontvangen ook geen melding gemaakt van de onveiligheid van de moeder. Verder is de situatie tussen de ouders na dit incident, mede met behulp van de betrokken hulpverlening, gestabiliseerd. De ouders doen de overdracht van de kinderen nu op een openbare plek en communiceren uitsluitend per mail en app over de kinderen. Onder deze omstandigheden is er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gebleken dat er vanwege de veiligheid van de moeder de noodzaak voor de moeder bestaat om met de kinderen te verhuizen.
Hoewel de rechtbank daarnaast de wens van de moeder om dichterbij haar familie te wonen kan begrijpen, is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken dat de moeder alleen een opleiding zou kunnen gaan volgen als zij dichter bij haar familie woont. Immers, de vader heeft op de zitting aangegeven dat hij de kinderen op extra momenten kan opvangen indien dit nodig is, omdat zijn werktijden als eigenaar van een webshop flexibel zijn in te delen. Daarnaast heeft de moeder aangegeven dat zij in [plaats 1] een peuterspeelzaal zou zoeken als mogelijke opvang voor de kinderen. Een peuterspeelzaal kan echter ook in Nieuwerkerk aan den IJssel worden gezocht. Deze peuterspeelzaal zou in de toekomst dan mogelijk ook kunnen worden gebruikt als overdrachtslocatie voor de kinderen.
Het voorgaande heeft tot gevolg dat de door moeder gestelde noodzaak om te verhuizen naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende is gebleken.
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de verhuizing onvoldoende is doordacht en voorbereid door de moeder. Zo heeft de moeder onvoldoende nagedacht over de toekomstige zorgregeling indien de kinderen in [plaats 1] zouden wonen, in welk geval de contactmomenten met de vader op de vrijdag en de maandag niet langer zouden kunnen worden voortgezet vanaf het moment dat (een van) de kinderen naar de basisschool gaat. Ook zullen bij een verhuizing naar [plaats 1] de sociale- en sportactiviteiten van de kinderen zich naar [plaats 1] verplaatsen. De kans is dan reëel dat de vader veel minder betrokken zal zijn in het leven van de kinderen, wat de rechtbank niet in het belang van de kinderen acht. Verder heeft de moeder geen concrete woning aangetoond waar zij in [plaats 1] zou kunnen wonen, terwijl zij Nieuwerkerk aan den IJssel al beschikt over een geschikte woning waar zij met de kinderen kan verblijven.
De rechtbank zal gezien het voorgaande, alle belangen tegen elkaar afwegende, het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor verhuizing met de kinderen naar [plaats 1] afwijzen. Omdat de rechtbank geen vervangende toestemming verleent voor de verhuizing, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van de zelfstandige verzoeken van de vader die verbonden zijn aan het scenario waarin de toestemming voor de verhuizing wel zou worden verleend. Daarnaast is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een wijziging van omstandigheden die een wijziging van de hoofdverblijfplaats dan wel een wijziging van de zorgregeling met zich mee dient te brengen. De rechtbank zal de overige verzoeken van de vader daaromtrent dan ook afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming om met de kinderen naar [plaats 1] te verhuizen af;
wijst af het anders of meer verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. L.L. Benink, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.M. Lokhorst als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 oktober 2023.