ECLI:NL:RBDHA:2023:22295
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij buiten behandelingstelling asielaanvraag
Eiser, van Tadzjiekse nationaliteit, diende op 5 maart 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister stelde deze aanvraag op 23 juli 2024 buiten behandeling omdat eiser met onbekende bestemming was vertrokken zonder geldige reden en geen contact meer onderhield met de Nederlandse autoriteiten.
De rechtbank behandelde het beroep op 12 september 2024, waarbij alleen de gemachtigde van de minister aanwezig was; eiser en zijn gemachtigde verschenen niet. Uit het dossier bleek dat eiser in februari 2024 via Turkije weer Nederland was binnengekomen met een Oekraïens paspoort, maar zich daarna niet meer had gemeld.
De rechtbank overwoog dat volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het ontbreken van contact en verblijfplaats impliceert dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming. Ondanks een eerdere verklaring van de gemachtigde dat contact via eisers vrouw bestond, werd geen verdere informatie verstrekt en verscheen eiser niet ter zitting.
Daarom concludeerde de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.