ECLI:NL:RVS:2024:2662
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling procesbelang na MOB-melding in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling ging hiertegen in beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege een MOB-melding dat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken. De vreemdeling en zijn gemachtigde verschenen niet op de zitting, en de rechtbank concludeerde dat het procesbelang ontbrak.
De Afdeling bestuursrechtspraak nuanceert deze lijn en stelt dat het ontbreken van procesbelang niet automatisch volgt uit een MOB-melding. Als de gemachtigde na de MOB-melding nog contact onderhoudt met de vreemdeling, mag worden aangenomen dat het procesbelang nog bestaat. Het enkel niet verschijnen ter zitting of het niet melden van verblijfplaats is niet doorslaggevend.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaarde, omdat de gemachtigde na de MOB-melding aangaf nog contact te hebben met de vreemdeling die bij vrienden in Arnhem verblijft. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen voor inhoudelijke behandeling, waarbij de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.