ECLI:NL:RBDHA:2023:223
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser diende op 8 juni 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 28 september 2021. Op 29 augustus 2022 verleende verweerder alsnog een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht tot de datum van aanvraag. Hierdoor ontbreekt het procesbelang voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Eiser stelde dat verweerder ten onrechte geen bestuurlijke dwangsom heeft vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND toepassing van bestuursrechtelijke dwangsomregels op asielaanvragen uitsluit. Eiser verwees naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak, maar de rechtbank volgt de recente uitspraak van 30 november 2022 waarin de Tijdelijke wet niet in strijd werd geacht met het Unierechtelijke gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel.
Omdat het beroep geen ander resultaat kan opleveren, ontbreekt ook het procesbelang voor dit onderdeel. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser ad €418,50. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt zonder zitting.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.