Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Inmiddels heeft verweerder alsnog een inwilligend besluit genomen, waardoor het oorspronkelijke doel van het beroep is bereikt.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat het belang van eiser is komen te vervallen. Het beroep tegen het inwilligend besluit wordt ongegrond verklaard, mede omdat de bestuurlijke dwangsom niet is verbeurd door verweerder. Dit volgt uit de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die sinds 11 juli 2021 geldt en waarbij de automatische dwangsom niet van toepassing is op asielaanvragen voor bepaalde tijd.
Eiser stelde dat deze wet in strijd is met het gelijkwaardigheidsbeginsel en het non-discriminatiebeginsel, maar de rechtbank oordeelt dat eiser niet in een vergelijkbare situatie verkeert als andere bestuursrechtelijke procedures en dat het onderscheid gerechtvaardigd is. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van eiser van €418,50 vanwege het te late besluit, waarbij een wegingsfactor is toegepast omdat de zaak enkel over de overschrijding van de beslistermijn ging.