ECLI:NL:RBDHA:2023:2513
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in verblijfsrecht zaak gemeenschapsonderdaan
Verzoeker, een gemeenschapsonderdaan, werd bij een besluit van 10 mei 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aangemerkt als niet-rechtmatig verblijvend in Nederland en kreeg de opdracht het land binnen 28 dagen te verlaten. Na bezwaar werd dit besluit op 13 september 2022 gehandhaafd, met een aangepaste vertrektermijn van een maand.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit bestreden besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, mede omdat er reeds een uitspraak was gedaan in een gerelateerde zaak (zaaknummer NL22.20052). Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de vertrektermijn blijft gehandhaafd.