Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam], verzoekster,
de burgemeester van de gemeente Breda, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de mededeling van de burgemeester van Breda dat zij de gemeentelijke opvang voor ontheemden uit Oekraïne uiterlijk 27 februari 2023 moet verlaten. Zij verzocht om een voorlopige voorziening om de opvang te continueren tot twee weken na de beslissing op het bezwaar. De voorzieningenrechter oordeelt dat de mededeling geen besluit is in de zin van de Awb, maar een feitelijke handeling betreft.
De burgemeester is belast met de uitvoering van de opvang, maar heeft geen beslissingsbevoegdheid over wie ontheemde is; dit is aan de IND. Verzoekster erkent dat zij volgens de IND geen ontheemde is en dus geen recht heeft op opvang onder de regeling. Het bezwaar tegen de IND-beoordeling valt buiten het bereik van de burgemeester.
De voorzieningenrechter constateert dat de opvangcapaciteit in Breda volledig is benut en dat het continueren van de opvang voor niet-rechthebbenden zou leiden tot verdringing van rechthebbenden. Verzoekster kan opvang krijgen via het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van bijzondere feiten wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen beëindiging van de opvang wordt afgewezen.