ECLI:NL:RBDHA:2023:2645
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens niet naleven hoorplicht in bezwaar
Eiser vroeg om een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij zijn echtgenote, een Nederlandse staatsburger. De aanvraag werd door de staatssecretaris geweigerd wegens het ontbreken van een mvv en het niet voldoen aan voorwaarden, waaronder een belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro. Eiser maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening, die werd toegewezen.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris ten onrechte niet heeft voldaan aan de hoorplicht in de bezwaarprocedure. De staatssecretaris had eiser moeten horen omdat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was en een individuele belangenafweging noodzakelijk was, mede vanwege medische omstandigheden en Covid-19 reisbeperkingen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eiser wordt gehoord. Tevens worden de proceskosten aan eiser toegekend. De uitspraak benadrukt het belang van de hoorplicht als essentieel onderdeel van de bezwaarprocedure, zeker bij besluiten die het gezinsleven raken.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen waarbij eiser wordt gehoord.