ECLI:NL:RBDHA:2023:2648
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit
Verzoeker, een persoon van Zambiaanse nationaliteit, heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen een uitzettingsbesluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tegelijkertijd verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat de uitzetting zou worden opgeschort totdat op het beroep in de hoofdzaak was beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Echter, omdat het hoofdberoep inmiddels gegrond is verklaard, is er geen aanleiding meer om een voorlopige voorziening toe te kennen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en is openbaar gemaakt zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit is afgewezen omdat het hoofdberoep gegrond is verklaard.