ECLI:NL:RBDHA:2023:2680
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag op grond van ongeloofwaardigheid lesbische geaardheid
Eiseres, een Turkse vrouw, diende een opvolgende asielaanvraag in met het argument dat zij vanwege haar lesbische geaardheid en eerdere ervaringen met geweld in Turkije gevaar loopt bij terugkeer. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiseres pas in 2019 asiel aanvroeg ondanks langdurig verblijf in Nederland sinds 2001. Verweerder achtte haar identiteit en nationaliteit geloofwaardig, maar twijfelde aan de geloofwaardigheid van haar lesbische geaardheid.
Eiseres voerde aan dat haar psychische klachten onvoldoende in acht waren genomen en dat zij risico loopt op vervolging in Turkije, mede vanwege haar seksuele geaardheid en kritiek op de Turkse president. De rechtbank stelde vast dat verweerder de psychische klachten wel degelijk had meegewogen en dat eiseres tijdens het nader en aanvullend gehoor adequaat kon verklaren. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiseres onvoldoende inzicht boden in haar lesbische geaardheid en dat zij geen overtuigend bewijs leverde van problemen in Turkije vanwege deze geaardheid.
De rechtbank volgde verweerder ook in het oordeel dat de vrees voor eerwraak en represailles niet was onderbouwd en dat de discretionaire bevoegdheid voor een verblijfsvergunning niet verplicht was toe te passen bij een opvolgende aanvraag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van de lesbische geaardheid en onvoldoende aannemelijk gemaakt vluchtgevaar.