Eiseres diende op 23 februari 2022 een asielaanvraag in waarop verweerder uiterlijk op 23 augustus 2022 had moeten beslissen. Verweerder heeft geen besluit genomen binnen de wettelijke beslistermijn van zes maanden en heeft ook geen verlenging aangevraagd. Eiseres stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke op 24 augustus 2022, waarna meer dan twee weken verstreken zonder besluit. Het beroep is daarom kennelijk gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen acht weken na de uitspraak een besluit moet nemen, conform het 8+8-weken model dat rekening houdt met zorgvuldigheid in asielprocedures. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €7.500, voor elke dag dat verweerder in gebreke blijft. De rechtbank veroordeelt verweerder ook in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €418,50.
De uitspraak is gebaseerd op bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000, alsmede jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en Europese richtlijnen. Hiermee wordt de rechtszekerheid en zorgvuldige behandeling van asielaanvragen gewaarborgd.