ECLI:NL:RBDHA:2023:2721

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 maart 2023
Publicatiedatum
7 maart 2023
Zaaknummer
NL23.2991
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 30 Vw 2000Artikel 17 DublinverordeningArtikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese UnieArtikel 3 EVRM
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening

De eiser, van Algerijnse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling.

Eiser vreesde dat hij in Spanje niet goed zou worden behandeld, verwees naar mishandeling in Algerije en mogelijke risico's op indirect refoulement. Hij stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege tekortkomingen in de Spaanse opvang en asielprocedure.

De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van ernstige tekortkomingen in Spanje. Het AIDA-rapport en eerdere jurisprudentie bevestigen dat Spanje zijn verplichtingen nakomt. Ook is geen aanleiding om op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro de asielaanvraag aan Nederland toe te wijzen.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af in een afzonderlijke uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.2991

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum]
van Algerijnse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A.P.E.M. Pover),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Tevens heeft eiser een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dit verzoek staat geregistreerd onder zaaknummer NL23.2992. Hierop zal bij afzonderlijke uitspraak worden beslist.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000); daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland op 6 januari 2023 bij Spanje een verzoek om overname gedaan. Spanje heeft dit verzoek aanvaard op 16 januari 2023.
3. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert daartoe, onder herhaling en inlassing van de zienswijze, het volgende aan. Eiser stelt primair dat hij niet terug wil worden gezonden naar Spanje omdat hij daar niet goed zal worden behandeld. Spanje houdt zich niet aan zijn verdragsverplichtingen en om die reden kan niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden uitgegaan. Eiser geeft aan in Algerije te zijn mishandeld door een groep personen waarvan hem is gebleken dat deze groep nu in Spanje verblijft. Eiser is van mening dat zijn belangen niet veilig zijn bij de Spaanse autoriteiten. Verder vreest eiser dat hij het risico zal lopen te worden uitgezet naar Algerije. Eiser stelt in Spanje geen opvang te hebben gehad en een reëel risico te lopen op een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). De criteria uit het arrest Jawo van 19 maart 2019 zijn op eiser van toepassing. Uit het landenrapport van het AIDA van 29 april 2022 en de aanvullingen daarop blijkt volgens eiser dat de druk op een aantal opvanglocaties in Spanje dusdanig is dat eiser vreest niet in Spanje te zullen worden opgevangen. Tot slot stelt eiser dat verweerder de asielaanvraag van eiser aan zich zou moeten trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
4. De rechtbank overweegt als volgt. Uitgangspunt is dat verweerder er, gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel in het algemeen van uit mag gaan dat Spanje zijn internationale verplichtingen nakomt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft dat bevestigd in haar uitspraken van 26 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1248, 12 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1394 en 27 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:364. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat in Spanje niettemin sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen die ernstige, op feiten berustende gronden vormen om aan te nemen dat hij een reëel risico zal lopen op onmenselijke of vernederende behandelingen in de zin van artikel 4 van Pro het Handvest of artikel 3 van Pro het EVRM. Eiser is daar naar het oordeel van de rechtbank niet in geslaagd. Verweerder heeft terecht overwogen dat uit het nieuwste AIDA-rapport niet volgt dat de situatie in Spanje na de vorige AIDA-rapporten dusdanig is verslechterd dat verweerder niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. Dit standpunt is bevestigd in de voornoemde uitspraak van de Afdeling van 27 januari 2023. Uit het AIDA-rapport en uit de door eiser overige overgelegde informatie volgt naar het oordeel van de rechtbank daarom niet dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de opvang en ook niet dat eiser als Dublinclaimant geen recht zal hebben op opvang in Spanje. De rechtbank ziet ook geen aanknopingspunten voor de conclusie dat er een reële vrees voor (indirect) refoulement is bij overdracht aan Spanje. Spanje garandeert met het claimakkoord dat het verzoek van eiser om internationale bescherming in behandeling zal worden genomen, met inachtneming van het EVRM, het Vluchtelingenverdrag en de verschillende richtlijnen op het gebied van asielrecht. Bij voorkomende problemen met betrekking tot het verkrijgen van hulp, opvang en toegang tot rechtsbijstand, of anderszins, ligt het op de weg van eiser om daarover in Spanje te klagen bij de (hogere) autoriteiten of de daartoe geëigende instanties.
5. Ten slotte overweegt de rechtbank dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom geen gebruik wordt gemaakt van de discretionaire bevoegdheid van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Er is geen sprake van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat de overdracht van eiser voor de behandeling van zijn asielverzoek van onevenredige hardheid getuigt.
6. Het beroep is kennelijk ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.Y.B. Jansen, rechter, in aanwezigheid van I. Wolthuis, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.