ECLI:NL:RBDHA:2023:2747

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 maart 2023
Publicatiedatum
7 maart 2023
Zaaknummer
NL22.17607
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:74 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling wegens niet-tijdige beslissing op machtiging tot voorlopig verblijf

Verzoekers, allen van Kongolese nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen de niet-tijdige beslissing van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van 21 september 2021. De Staatssecretaris heeft op 27 december 2022 alsnog de aanvraag afgewezen. Naar aanleiding hiervan hebben verzoekers hun beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding.

De rechtbank heeft de Staatssecretaris in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek tot proceskostenvergoeding, waarop deze aangaf bereid te zijn de kosten te vergoeden. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doet de rechtbank zonder zitting uitspraak over het verzoek.

De rechtbank oordeelt dat de Staatssecretaris tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoekers en wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding toe. De vergoeding wordt vastgesteld op € 418,50, gebaseerd op de door een gemachtigde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Omdat verzoekers wegens betalingsonmacht zijn vrijgesteld van griffierecht, hoeft de Staatssecretaris dit niet te vergoeden.

De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van de proceskosten aan verzoekers. Deze uitspraak is gedaan door rechter F. Sijens en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 418,50 aan proceskosten aan verzoekers.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.17607

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [nummer]
[naam] ,
geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [nummer]
[naam]
geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [nummer]
[naam]
geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [nummer]
[naam]
geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [nummer]
allen van Kongolese nationaliteit,
hierna: verzoekers
(gemachtigde: mr. W. Volkers),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Inleiding

Verzoekers hebben beroep ingesteld omdat verweerder volgens hen niet op tijd heeft beslist op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van 21 september 2021.
Verweerder heeft in het besluit van 27 december 2022 (alsnog) de mvv-aanvraag van verzoekers afgewezen.
Naar aanleiding hiervan hebben verzoekers het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat hij bereid is de proceskosten te vergoeden

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekers.
4. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten bedragen op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- met een wegingsfactor 1/2).
5. De rechtbank wijst erop dat eisers wegens betalingsonmacht zijn vrijgesteld van het betalen van griffierecht, zodat verweerder niet op grond van artikel 8:74 van Pro de Awb griffierecht hoeft te vergoeden.
6. Omdat het beroep gegrond is, krijgen eisers een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,-), bij een wegingsfactor 0,5. Toegekend wordt € 418,50.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van
€ 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Karsowidjojo, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.