Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 28 september 2020. De wettelijke beslistermijn van zes maanden is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen, en verweerder heeft geen verlenging van deze termijn aangevraagd. Eiseres stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke, waarna het beroep werd ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van deze uitspraak het eerste gehoor af te nemen en binnen acht weken daarna een besluit te nemen, in totaal binnen zestien weken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat verweerder in gebreke blijft deze uitspraak na te leven. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €418,50. De uitspraak is gebaseerd op bepalingen uit de Awb, de Vreemdelingenwet 2000 en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.