De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 9 december 2022 was opgelegd en later op 18 januari 2023 werd verlengd. De rechtbank oordeelde dat de oorspronkelijke maatregel van bewaring tot 19 december 2022 rechtmatig was en dat de bewaring tussen 19 december 2022 en 18 januari 2023 niet onrechtmatig was.
De rechtbank stelde zich onbevoegd om ambtshalve de rechtmatigheid van het verlengingsbesluit van 18 januari 2023 te toetsen, omdat tegen dat besluit al een ander beroep was ingesteld bij een andere zittingsplaats van dezelfde rechtbank. Dit om te voorkomen dat twee rechters zich over dezelfde zaak zouden buigen.
De rechtbank wees het beroep tegen het voortduren van de bewaringsmaatregel van 9 december 2022 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De rechtbank benadrukte dat de beroepsprocedure tegen het verlengingsbesluit een doeltreffend rechtsmiddel vormt waarin alle gronden kunnen worden behandeld.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open voor zover het gaat om het voortduren van de bewaring, maar tegen het onbevoegd verklaren ten aanzien van het verlengingsbesluit kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.