Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser kreeg op 8 april 2022 een besluit tot intrekking van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijfsdoel studie, met ingang van 21 juli 2021. Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar op 14 november 2022. Eiser stelde dat privéomstandigheden hem verhinderden voldoende studievoortgang te boeken, maar verweerder wees erop dat de onderwijsinstelling als referent bepaalt of afmelding gerechtvaardigd is.
Eiser was niet gemotiveerd om zijn studie voort te zetten en had zich laten uitschrijven zonder dit met de onderwijsinstelling te bespreken. De rechtbank oordeelde dat het intrekken van de vergunning niet in strijd is met de Studierichtlijn zolang eiser niet daadwerkelijk studeert. Zijn algemene intentie om te studeren was onvoldoende concreet.
Daarnaast onderzocht verweerder ambtshalve of de uitzetting in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro. Eiser bracht geen concrete feiten of omstandigheden aan die een schending van zijn privéleven aannemelijk maken. Daarom was nader onderzoek niet nodig en was het bezwaar tegen de intrekking terecht ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd op 3 maart 2023 in het openbaar gedaan door rechter Sinack.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning studie wordt ongegrond verklaard.