ECLI:NL:RBDHA:2023:2953
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Italië
Eiser, een Eritrese asielzoeker, diende op 19 juni 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat hij eerder illegaal via Italië de EU was binnengekomen en in Duitsland internationale bescherming had aangevraagd. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 Vreemdelingenwet Pro 2000 en de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege de situatie in Italië en verwees naar een Circular Letter van december 2022 waarin de Italiaanse autoriteiten tijdelijke opschorting van overdrachten aankondigen wegens gebrek aan opvangplekken. De rechtbank oordeelde dat deze opschorting een tijdelijk feitelijk overdrachtsbeletsel is en dat het vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië blijft gelden.
De rechtbank wees erop dat eerdere rapporten en uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak geen aanwijzingen geven dat overdracht aan Italië leidt tot strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro EU. Eiser maakte onvoldoende aannemelijk dat de situatie in Italië zodanig is veranderd dat het vertrouwensbeginsel niet langer toepasbaar is.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk blijft volgens het interstatelijk vertrouwensbeginsel.