Eiseres, een Algerijnse vrouw, vroeg een visum voor kort verblijf aan om haar islamitisch getrouwde partner in Nederland te bezoeken. De Minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af op basis van onvoldoende bewijs van de relatie, twijfel over tijdige terugkeer en onvoldoende financiële middelen.
Eiseres stelde dat verweerder ten onrechte geen hoorzitting hield in de bezwaarprocedure, terwijl dit volgens recente jurisprudentie en beleidsregels slechts beperkt mogelijk is bij kennelijk ongegronde bezwaren. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was en dat het afzien van een hoorzitting onrechtmatig was, mede omdat eiseres inspanningen had verricht om bewijs te overleggen.
Verweerder voerde aan dat schriftelijke verzoeken om aanvullende stukken als alternatief konden dienen, maar de rechtbank verwierp dit en benadrukte het belang van een hoorzitting om ontbrekende informatie te verkrijgen en onduidelijkheden te verhelderen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Hoger beroep is uitgesloten.