Eiser diende op 10 maart 2021 een asielaanvraag in waarop verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes maanden heeft beslist. Na het verstrijken van deze termijn en een rechtsgeldige ingebrekestelling op 18 september 2022, stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Verweerder reageerde niet op het verzoek om een verweerschrift.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit. Gelet op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak wordt verweerder opgedragen binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, waarbij een dwangsom van €100 per dag wordt opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €7.500.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50. De rechtbank benadrukt het belang van zorgvuldigheid in de besluitvorming en hanteert het 8+8 weken model voor het horen van de asielmotieven en het nemen van het besluit.