Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 4 mei 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw 2000. Daarnaast heeft verweerder ambtshalve besloten dat eiser niet aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en dat geen uitstel van vertrek wordt verleend op grond van artikel 64, van de Vw 2000. Voorts heeft verweerder bepaald dat eiser Nederland onmiddellijk dient te verlaten en is aan eiser een inreisverbod opgelegd voor twee jaar, gerekend vanaf de datum waarop hij Nederland daadwerkelijk heeft verlaten.
Overwegingen
Beslissing
.