ECLI:NL:RBDHA:2023:3094
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk gemaakt reëel risico op ernstige schade in Gambia
Eiser, afkomstig uit Gambia, heeft in Nederland een asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De rechtbank heeft het beroep van eiser behandeld en beoordeeld of hij aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Gambia een reëel risico loopt op ernstige schade.
Eiser stelde dat hij in Gambia problemen kreeg met de politie vanwege belastingzaken van zijn baas en dat hij daardoor gevaar loopt op marteling of dood. Hij heeft verklaard dat hij een meldplicht had maar die niet is nagekomen, en dat hij daarom vreest opgepakt te worden bij terugkeer. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor deze risico’s en dat zijn vermoedens niet voldoende zijn. Ook is niet aannemelijk dat hij in bewijsnood verkeert omdat hij geen pogingen heeft gedaan om documenten te verkrijgen ter ondersteuning van zijn verhaal.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.