ECLI:NL:RVS:2022:2438
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken identiteit en inburgeringsbewijs
Appellante verzocht om naturalisatie voor zichzelf en haar kind, maar de staatssecretaris wees dit af omdat zij geen gelegaliseerde geboorteakte en geldig buitenlands reisdocument overlegde, waardoor haar identiteit en nationaliteit niet konden worden vastgesteld. Tevens kon zij niet aantonen in bewijsnood te verkeren en ontbrak een diploma of vrijstelling van de inburgeringsplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het besluit. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij al 25 jaar in bewijsnood verkeert en verwees naar beleidswijzigingen en regelingen voor Ranov-vergunninghouders, alsmede persoonlijke omstandigheden die het reizen naar Angola onmogelijk maken.
De Afdeling oordeelde dat appellante niet voldoende had aangetoond dat zij al het mogelijke had gedaan om de gevraagde documenten te verkrijgen, waaronder het inschakelen van een professionele derde. Ook was haar stelling dat reizen naar Angola onmogelijk is onvoldoende onderbouwd. De verwijzing naar het vrijstellingsbeleid voor Ranov-vergunninghouders faalde omdat dit pas na het bezwaarbesluit bekend werd.
De Afdeling bevestigde dat het ontbreken van identiteit en nationaliteit op zichzelf voldoende is voor afwijzing van het naturalisatieverzoek en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het naturalisatieverzoek afgewezen wegens ontbreken van identiteit, nationaliteit en inburgeringsbewijs.